Welke rechter is bevoegd?

In de nieuwe Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is de bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter duidelijker geregeld. Schadeverzoeken die op het terrein van de belastingrechter en de Centrale Raad van Beroep liggen behoren voortaan tot de exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter, maar voor vergoeding van schade tot een bedrag van maximaal € 25.000,– kan worden gekozen tussen a. de verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter of b. het aanhangig maken van een civiele procedure. Voor vorderingen boven € 25.000,– is alleen de burgerlijke rechter bevoegd.

Verzoekschriftprocedure

In de wet is een verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter opgenomen voor het verkrijgen van schadevergoeding bij onrechtmatig bestuurshandelen.

Dit betekent dat belanghebbenden rechtstreeks een verzoek tot schadevergoeding kunnen indienen bij de bestuursrechter. De rechter kan vervolgens een beslissing nemen over de schadevergoeding. Deze procedure is nieuw. Tot 1 juli 2013 besliste het bestuursorgaan nog zelf over een verzoek tot schadevergoeding.

Belangrijk is ook dat de verjaringstermijn voor het indienen van een schadeclaim vijf jaar is. De verjaringstermijn vangt aan op de dag na die waarop a. de vernietiging van het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk is geworden, of  b. het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van het besluit heeft erkend.

Verdere gevolgen van deze wet per 1 juli 2013

Artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt per 1 juli 2013. Dit betreft de mogelijkheid voor de bestuursrechter om bij gegrondverklaring van het beroep de bestuursrechter te verzoeken om het bestuursorgaan te veroordelen tot schadevergoeding. Dat kan dus nu niet meer.

Schadevergoeding bij (on)rechtmatige overheidsdaad

Op 29 januari 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten aangenomen. Op 1 juli 2013 is deze wet gedeeltelijk in werking getreden: voorlopig geldt deze wet alleen met betrekking tot schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.

Wat betekent deze nieuwe wet voor u wanneer u schade heeft geleden ten gevolge van (on)rechtmatig overheidshandelen?

Na 1 juli 2013 is het eenvoudiger geworden om schadevergoeding te claimen van de overheid wanneer er sprake is van onrechtmatige besluiten. Wanneer er sprake is van schade die wordt geleden als gevolg van

a. een onrechtmatig besluit,
b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit
c. het niet tijdig nemen van een besluit of
d. een andere onrechtmatige handeling van een bestuursorgaan,

kan door een belanghebbende een verzoek tot schadevergoeding worden ingediend bij de (bestuurs)rechter.

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van onrechtmatigheid wanneer schade wordt geleden door
de vernietiging van een eerder genomen overheidsbesluit. Vernietiging van een besluit betekent op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per definitie dat er sprake is van onrechtmatigheid. Of inderdaad de verplichting bestaat tot de betaling van schadevergoeding hangt er vanaf of ook wordt voldaan aan de andere eisen voor onrechtmatigheid, zoals  schuld/verwijtbaarheid, schade en causaal verband tussen de geleden schade en het betreffende onrechtmatige besluit.

Het aanvragen van schadevergoeding of nadeelcompensatie

U kunt op verschillende manieren schadevergoeding of nadeelcompensatie aanvragen.

Voor het aanvragen van nadeelcompensatie, kunt u bij de meeste overheden en instanties gebruikmaken van een speciaal aanvraagformulier. Die vindt u meestal op hun website. Is dat niet het geval, dan kunt u uw aanvraag op een andere manier indienen, bijvoorbeeld via een brief.

Als u schade lijdt ten gevolge van een onrechtmatige daad van een overheid, dan moet uw verzoek tot schadevergoeding altijd schriftelijk worden ingediend. Hiervoor zijn meestal geen aparte aanvraagformulieren beschikbaar.
Als blijkt dat u recht hebt op schadevergoeding, dan worden de kosten van de door u ingeschakelde deskundigen (advocaat, accountant etc.) in principe vergoed. Hiervoor geldt de zogenaamde dubbele redelijkheidstoets:

  • is het redelijk dat u deze deskundigen heeft ingeschakeld en
  • is de hoogte van de door hen in rekening gebrachte kosten redelijk.

U zult ook moeten aantonen hoeveel schade u hebt geleden. Daarvoor kunt u eventueel een accountant of andere deskundige inschakelen.

Het is overigens in alle gevallen raadzaam om juridisch advies in te winnen bij een deskundige. MS Advocatuur & Mediation is u graag van dienst.

Toepassing van een drempel is toegestaan

Bij de behandeling van een schadevergoedingsaanvraag, wordt in sommige gevallen een drempel toegepast. Toepassing van een drempel is ook in meerdere gerechtelijke uitspraken terug te vinden. In principe vindt de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een drempel van 15 % aanvaardbaar.

Een voorbeeld waarbij het ging om de schade die een wegrestaurant lijdt in verband met de afsluiting van een weg: De Wouwse Tol exploiteert een wegrestaurant/hotel gelegen aan rijksweg A58 bij Bergen op Zoom. Het bedrijf is gedurende langere tijd slecht bereikbaar geweest voor klanten, waardoor zij schade heeft geleden. Het verzoek om nadeelcompensatie is afgewezen omdat er sprake zou zijn geweest van een omzetdaling van minder dan 15%. Daartegen gaat men in beroep. De Afdeling heeft bepaald, dat toepassing van een drempel is toegestaan, maar dat bij de bepaling van de hoogte van de drempel de branche van een onderneming een rol kan spelen.

Langdurige afsluiting van een weg wegens onderhoudswerkzaamheden

Een voorbeeld van een geval wanneer u schadevergoeding kunt vragen, is de afsluiting van een weg.
Bijvoorbeeld: de Hollandse Brug is een aantal jaren geleden wegens onderhoudswerkzaamheden gedurende langere tijd (14 maanden) gesloten geweest voor vrachtverkeer. Hierdoor is door verschillende bedrijven schade geleden o.a. omdat zij moesten omrijden. De schade werd door de Minister niet volledig vergoed: er is een korting toegepast van 25% wegens normaal ondernemersrisico. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft toen bepaald dat in principe een korting mag worden toegepast, maar dat in dit geval het toepassen van een extra korting van 5% vanwege genoten voordeel onvoldoende gemotiveerd is. Er wordt daarom een hogere schadevergoeding toegekend.

Op 9 juli 2014 heeft de Afdeling een uitspraak gedaan in verband met schade van een onderneming ten gevolge van een tracébesluit. De bereikbaarheid van een supermarkt was daardoor verminderd. De vraag was of  er sprake kon zijn van de voorzienbaarheid van schade voor deze ondernemer omdat hij hiervan had kunnen weten toen hij deze supermarkt overnam. De Afdeling concludeert dat hij ten tijde van de overname van de onderneming dit voor hem nadelige gevolg niet had hoeven te voorzien, aangezien de plannen later zijn gewijzigd. De Minister moet nu opnieuw beslissen of deze ondernemer in aanmerking komt voor schadevergoeding.

Het kan dus zeker lonen om niet te berusten in een afwijzing van een verzoek om schadevergoeding of nadeelcompensatie door de overheid. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen waarin in (hoger) beroep door de rechter wordt geoordeeld dat er toch sprake is van een recht op schadevergoeding.

Schadevergoeding aan de overheid vragen

Als u als burger of bedrijf schade lijdt ten gevolge van een op zich rechtmatig besluit, die echter voor u nadelige gevolgen heeft, kunt u schadevergoeding vragen van de overheid. Het kan bijvoorbeeld zijn dat u omzetschade of omrijschade lijdt als uw bedrijf langere tijd niet bereikbaar is vanwege (weg)werkzaamheden.

Andere voorbeelden zijn:

  • de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam;
  • de aanleg van de Rotterdamsebaan in de regio Den Haag;
  • schade vanwege geluidhinder door een vliegveld (bijvoorbeeld Schiphol) of
  • schade ten gevolge van de aanleg van een weg of wegwerkzaamheden waardoor uw bedrijf gedurende langere tijd niet, dan wel minder goed bereikbaar is.

Het verzoek om nadeelcompensatie moet worden onderbouwd: van het schadejaar en van voorgaande jaren dienen omzetgegevens overgelegd te worden. Zo kan worden aangetoond dat er daadwerkelijk sprake is van (omzet)schade.

De meeste overheden hebben een speciale nadeelcompensatieregeling, waarop in dergelijke gevallen een beroep kan worden gedaan.

Denkt u in aanmerking te kunnen komen voor nadeelcompensatie? Neem dan contact op.

[small_button link=”http://msadvocatuur.nl/contact” color=”cyan”]Neem contact op[/small_button]

Wanneer is er sprake van een onrechtmatige overheidsdaad?

Er kan sprake zijn van een onrechtmatige overheidsdaad wanneer de gemeente haar inspanningsverplichting schendt uit de samenwerkingsovereenkomst met een projectontwikkelaar

Een gemeente kan schadeplichtig zijn jegens een projectontwikkelaar wanneer de gemeenteraad onzorgvuldig heeft gehandeld bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Tot dit oordeel kwam het Gerechtshof Den Haag in haar arrest van 27 januari 2015 . De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State had het bestemmingsplan al eerder vernietigd wegens een, naar het oordeel van het Gerechtshof, eenvoudig te vermijden fout. Het Hof oordeelt dat de onzorgvuldige besluitvorming bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan een toerekenbare tekortkoming opleverde ten opzichte van hetgeen de gemeente zich op grond van de samenwerkingsovereenkomst jegens de projectontwikkelaar had verbonden. De gemeente had in de samenwerkingsovereenkomst een inspanningsverplichting opgenomen, luidende: “zo veel mogelijk te bevorderen dat alle noodzakelijke wijzigingen van de vigerende bestemmingsplannen vastgesteld kunnen worden”.

Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan werd echter door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd, hetgeen op basis van vaste jurisprudentie in principe een onrechtmatige overheidsdaad kan opleveren.

Uit dit arrest blijkt, dat in ieder geval de volgende vier aspecten van belang zijn om te kunnen bepalen of er inderdaad sprake is van een eenvoudig te vermijden fout:

  1. Gemeenten worden geacht (vaste) jurisprudentie te kennen;
  2. Gemeenten worden geacht ingediende zienswijzen serieus te nemen;
  3. Gemeenten worden geacht naar die jurisprudentie te handelen, bijvoorbeeld door nader onderzoek te verrichten voor de vaststelling van het bestemmingsplan en
  4. Een gebrek in een bestemmingsplan moet relatief eenvoudig te repareren zijn.

Het Gerechtshof veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de schade die voor de projectontwikkelaar rechtstreeks uit dit tekortschieten is voortgevloeid, welke schade moet worden opgemaakt bij staat.

Onrechtmatig handelen door de gemeente wanneer er wordt gehandeld in strijd met gemaakte afspraken

De gemeente Epe heeft toezeggingen gedaan aan de Bouwmarkt Epe, maar gaat desalniettemin een intentieovereenkomst met derden sluiten, o.a. over de aankoop van gronden en het verlenen van planologische medewerking aan de vestiging van twee bouwmarkten op deze percelen. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2013:9210) oordeelde als volgt.

Alhoewel de gemeente contractsvrijheid heeft, is zij bij de uitoefening van haar bevoegdheden gebonden aan de algemene beginselen van bestuur. Nu er sprake was van toezeggingen van de gemeente aan Bouwmarkt Epe, komt het Hof tot het oordeel, dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld jegens Bouwmarkt Epe. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van de geleden schade, nader op te maken bij staat. 

Gemiste kans als gevolg van niet-nakoming toezegging, onrechtmatige overheidsdaad?

De Hoge Raad heeft op 19 juni 2015 een zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam om vast te stellen hoe groot de kans zou zijn geweest dat de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten destijds wel hun medewerking zouden hebben verleend aan de bestemming “woondoeleinden”. Eiser stelt schade te hebben geleden vanwege een gemiste kans in verband met het, in strijd met gedane toezeggingen, niet opnemen van de woonbestemming in het ontwerp-bestemmingsplan. De Hoge Raad is van oordeel, dat het onzekere antwoord op de vraag of het bestemmingsplan destijds met inbegrip van de woonbestemming voor de dienstwoning van eiser tot stand zou zijn gekomen tot uitdrukking dient te komen in de schadeberekening. Dit is onvoldoende onderzocht, waardoor de zaak wordt verwezen naar het Hof.

Gemeente niet aansprakelijk voor schade door oneerlijke concurrentie wanneer niet wordt gehandhaafd

Interessant is de vraag, of de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die door een ondernemer wordt geleden door oneerlijke concurrentie door bedrijven die handelen in strijd met het bestemmingsplan en waartegen door de gemeente niet handhavend wordt opgetreden. Dit deed zich voor in een zaak bij het Gerechtshof Amsterdam (uitspraak d.d. 14 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1398), waar de gemeente Amstelveen werd gedagvaard door een bloemist. De bloemist vorderde een verklaring voor recht dat jegens hem onrechtmatig werd gehandeld door de gemeente aangezien onvoldoende handhavend opgetreden zou zijn tegen een concurrent, die zou handelen in strijd met het bestemmingsplan.

De vordering werd echter afgewezen. Door zowel Rechtbank als het Hof (in hoger beroep) is geoordeeld, dat de gemeente niet onrechtmatig handelde. De gemeente mag zich beperken tot handhaving op basis van een, redelijk te achten, handhavingsbeleid. Zij heeft jegens deze ondernemer in dit geval niet onrechtmatig gehandeld en heeft ook niet gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Gevolgen van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) al merkbaar

September 2015

De nieuwe Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Wns) is op 1 juli 2013 (gedeeltelijk) in werking getreden. Inmiddels zijn de consequenties daarvan merkbaar in de jurisprudentie.

Zo oordeelde de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 juli 2015, dat het bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding terecht niet-ontvankelijk is verklaard door de gemeente, aangezien er niet is voldaan aan het vereiste van processuele connexiteit. Op het onderhavige besluit was namelijk het overgangsrecht van de Wns van toepassing.

In een ander geval gaf de Afdeling aan, dat niet was komen vast te staan dat de schade is veroorzaakt door een onrechtmatig besluit, zoals artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist.

Daarnaast heeft de rechtbank van belang geacht, dat het gevorderde bedrag hoger is dan € 25.000,00, zodat de rechtbank hiertoe niet bevoegd is. Wanneer er sprake is van een schadeclaim van meer dan € 25.000,00 is namelijk de civiele rechter bevoegd en niet de bestuursrechter.

Ongetwijfeld zullen meer interessante uitspraken over nadeelcompensatie en schadevergoeding volgen. Overigens is het gedeelte van de wet welke betrekking heeft op nadeelcompensatie nog steeds niet in werking getreden. Dit heeft onder meer te maken met de daarvoor benodigde uitvoeringsregelingen, welke op dit moment nog in voorbereiding zijn.

Let op de verjaringstermijn bij nadeelcompensatie 

Een verzoek om nadeelcompensatie moet tijdig worden ingediend anders bestaat het risico op verjaring. Dit werd nog eens bevestigd in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juni 2015 (Kunstvertoon). Wanneer het verzoek niet binnen vijf jaar wordt ingediend, is het verjaard en is het te laat om een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen.

Kunstvertoon heeft nadeelcompensatie gevorderd omdat de gemeente aan een andere instantie subsidie heeft verleend, waardoor het aantal cursisten van Kunstvertoon is gedaald en zij daardoor schade heeft geleden. De Afdeling en de Rechtbank gaan zelfs zo ver, dat de vordering om schadevergoeding is verjaard, omdat Kunstvertoon bekend was met de schadelijke gevolgen van het besluit tot subsidieverlening en daarover eerder informatie had moeten inwinnen bij de gemeente. In het algemeen geldt, dat de verjaringstermijn van vijf jaar niet eerder aanvangt dan vanaf het moment dat de benadeelde zowel met de schade als de schadeoorzaak bekend is geworden. Maar in sommige gevallen, zoals in het geval van Kunstvertoon, vergt dit dus een actievere opstelling van degene die schade heeft geleden.

Wanneer is de overheid aansprakelijk?

Wanneer is de overheid aansprakelijk?

Op het gebied van overheidsaansprakelijkheid worden regelmatig uitspraken gepubliceerd over de vraag of de overheid nu wel of niet aansprakelijk is voor door derden geleden schade ten gevolge van overheidsoptreden.
Gemeente aansprakelijk bij vernietiging bestemmingsplan

De uitspraak van het Gerechtshof Den Haag d.d. 27 januari 2015 biedt hiervoor duidelijke aanknopingspunten.

Het Hof oordeelde dat een gemeente aansprakelijk en schadeplichtig is jegens een projectontwikkelaar, omdat de gemeenteraad onzorgvuldig heeft gehandeld bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Dit leverde een toerekenbare tekortkoming op ten opzichte van datgene waartoe de gemeente zich op grond van de samenwerkingsovereenkomst met de projectontwikkelaar had verbonden.
In deze samenwerkingsovereenkomst had de gemeente zich ertoe verbonden om “zoveel mogelijk te bevorderen dat alle noodzakelijke wijzigingen van de vigerende bestemmingsplannen vastgesteld zullen worden”.
Vervolgens werd het bestemmingsplan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd wegens een fout. De gemeente had niet na maar voor de vaststelling van het bestemmingsplan de milieurapporten moeten opstellen. Als de gemeente dat had gedaan dan had zij nog een passend bouwvoorschrift aan het bestemmingsplan kunnen verbinden en was het bestemmingsplan niet vernietigd.

Het feit dat de gemeente zich beriep op een inspanningsverplichting had geen zin. Het Hof oordeelde, dat “Ook de inspanningen, waartoe zij zich verbonden had, diende zij met de nodige zorgvuldigheid uit te voeren, hetgeen onder meer inhield dat zij eenvoudig te vermijden fouten niet zou maken.”

Dit betekent dat een overheid (gemeente, provincie) zeer zorgvuldig moet handelen. Ook het opnemen van een inspanningsverplichting of het verwijzen naar te nemen besluiten naar aanleiding van bijvoorbeeld te honoreren zienswijzen, die afwijken van de uitgangspunten van de overeenkomst, kan haar niet baten. Wanneer er sprake is van een eenvoudig te vermijden fout op basis waarvan een bestemmingsplan wordt vernietigd, kan dit lijden tot overheidsaansprakelijkheid.
Onrechtmatige weigering bouwvergunning en schadeplichtigheid gemeente

Interessant is ook de uitspraak van de Rechtbank Den Haag d.d. 29 april 2015 (ECLI:NL:RBDHA:2015:5298), waarin het gaat om de vraag of de gemeente schadeplichtig is wanneer ten onrechte een bouwvergunning wordt geweigerd.
Door de gemeente was te laat beslist omtrent een bouwaanvraag, wat erin resulteerde dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend (artikel 46, eerste lid, aanhef en onder c en artikel 46, vijfde lid van de Woningwet).
Desalniettemin oordeelde de Rechtbank dat de gemeente niet schadeplichtig is, omdat niet werd voldaan aan de overige voorwaarden. Zo is niet bewezen dat er sprake is van causaal verband tussen de weigering van de bouwvergunning en de gestelde schade. De vordering werd afgewezen.

Gemeente aansprakelijk voor geleden schade, algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Dat de gemeente aansprakelijk kan zijn wanneer zij de gemaakte afspraken niet nakomt, blijkt onder meer uit de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 3 december 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:9210). Door de gemeente was een intentieovereenkomst aangegaan met een aantal partijen. Daarin was onder meer de intentie vastgelegd tot het sluiten van een koopovereenkomst met de gemeente en het verlenen van planologische medewerking voor de vestiging van twee bouwmarkten. Een andere bouwmarkt (Bouwmarkt Epe) was buiten de overeenkomst gehouden. Het Hof oordeelde dat onverminderd de contractsvrijheid die een gemeente heeft, zij bij de uitoefening van haar bevoegdheden is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bovendien was er sprake van toezeggingen van de gemeente aan Bouwmarkt Epe. Het Hof wijst de vordering tot verklaring voor recht dat de gemeente jegens Bouwmarkt Epe onrechtmatig heeft gehandeld toe en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van de als gevolg daarvan geleden en te lijden schade.

Schadevergoeding bij rechtmatige en onrechtmatige overheidsdaad

De nieuwe Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten.

Op 29 januari 2013 heeft de Eerste Kamer de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Kamerstukken 32.621) aangenomen. De nieuwe wet zal naar verwachting op korte termijn in werking treden en heeft tot gevolg dat er meer duidelijkheid zal ontstaan over wanneer en hoe schadevergoeding kan worden gevraagd wanneer schade wordt geleden ten gevolge van overheidshandelen.

Wat betekent deze nieuwe wet voor u wanneer u schade heeft geleden ten gevolge van overheidshandelen? Nadeelcompensatie is een schadevergoeding die de overheid moet toekennen hoewel haar handelen niet onrechtmatig was. Bijvoorbeeld de schadevergoeding aan ondernemers wanneer hun bedrijf tijdelijk niet of minder goed te bereiken is als gevolg van een reconstructie of aanleg van een weg of andere werkzaamheden in de stad. Wanneer u schade heeft geleden door een besluit van de overheid is het nu duidelijker waar en hoe u een schadeclaim kunt indienen. Ook geeft de wet meer duidelijkheid over hoe en waar u bezwaar en beroep moet instellen als u het niet eens bent met het genomen besluit.

Wat betekent deze nieuwe wet voor de overheid? Voor overheden betekent deze nieuwe wet (die zal worden opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht) dat in principe een nadeelcompensatieverordening niet meer nodig is. Artikel 4:126 Awb bevat een uitputtende regeling, aldus de Minister tijdens de behandeling in de Eerste Kamer op 29 januari 2013. Dat betekent dat de materiele bepalingen uit gemeentelijke en provinciale verordeningen inzake nadeelcompensatie (inclusief die inzake kabels en leidingen) vervallen. Alleen met betrekking tot de procedure voor de behandeling van schadeverzoeken zal nog een procedureverordening nodig zijn. Bos van der Burg Advocaten is graag bereid om de benodigde verordening op te stellen en ook op andere wijze te adviseren omtrent de gevolgen van deze nieuwe wet.

Mogelijkheden tot schadevergoeding

Burgers en bedrijven kunnen schadevergoeding vragen bij de overheid wanneer zij schade lijden ten gevolge van een overheidsbesluit die voor hen nadelige gevolgen heeft. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om een wegafsluiting, waardoor een bedrijf niet meer bereikbaar is of om schade ten gevolge van een op zich rechtmatig besluit, bijvoorbeeld de aanleg van een (spoor)weg. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van de Noord-Zuidlijn, een tracebesluit (bijvoorbeeld aanleg A4 bij Delft-Zuid) en schade in verband met Schiphol (bij het Schadeschap Luchthaven Schiphol).

Tot voor kort was het onduidelijk waar dergelijke schadeclaims konden worden ingediend. Bovendien beschikken lang niet alle overheden over een nadeelcompensatieregeling. In de nieuwe Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten is op een duidelijke manier geregeld waar en op welke manier schadeclaims kunnen worden ingediend.

Centraal in de nieuwe wet staat artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht:

  1. Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. 
  2. Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover: a. hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard; b. hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade hadden kunnen leiden; c. de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend of d. de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd.  
  3. (…)
  4. (…) 

Naast deze algemene regeling van nadeelcompensatie blijft o.a. de mogelijkheid van planschade op basis van de Wet ruimtelijke ordening bestaan.

Het nadeelcompensatierecht is door de nieuwe wet overzichtelijker geworden, maar schadeclaims terzake van zowel rechtmatig als onrechtmatig overheidshandelen blijft in de meeste gevallen gecompliceerd met name vanwege de verschillende aspecten daarvan (o.a. de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende gerechtelijke instanties). Het blijft daarom belangrijk dat u zich laat bijstaan door deskundige juridische bijstand. Bos van der Burg Advocaten beschikt over vakkennis op dit terrein en wil u graag van dienst zijn. Bovendien worden de kosten van juridische bijstand in de meeste gevallen grotendeels vergoed.

Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten

Naast schade door rechtmatig handelen kan jegens de overheid ook schade worden geclaimd wegens onrechtmatig handelen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er schade wordt geleden ten gevolge van een onrechtmatig besluit van de overheid. Het kan daarbij ook gaan om schade door de vernietiging van een eerder genomen besluit. Vernietiging van een besluit betekent op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per definitie dat er sprake is van onrechtmatigheid. Of er inderdaad de verplichting bestaat tot de betaling van schadevergoeding hangt er vanaf of ook wordt voldaan aan de andere eisen voor onrechtmatigheid (o.a. schuld/verwijtbaarheid, schade en causaal verband tussen de geleden schade en het betreffende onrechtmatige besluit).

Verdere gevolgen van de nieuwe wet

In de nieuwe wet is de bevoegdheidsverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter beter geregeld. Schadeverzoeken die op het terrein van de belastingrechter en de Centrale Raad van Beroep liggen behoren voortaan tot de exclusieve bevoegdheid van de bestuursrechter. De burgerlijke rechter is bevoegd voor de overige zaken, maar de bestuursrechter is bevoegd bij zaken tot maximaal Eur 25.000,–.

Daarnaast is in het wetsvoorstel een zelfstandige verzoekschriftprocedure opgenomen. Burgers kunnen zich door middel van een verzoekschrift rechtstreeks tot de rechter wenden. Dat betekent dat de rechter zelf een beslissing kan nemen over de schadevergoeding, in plaats van de huidige gang van zaken waarbij deze bevoegdheid bij het bestuursorgaan ligt.

Er moet wel sprake zijn van schade ten gevolge van een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter (de zgn. eis van processuele connexiteit). Dit is opgenomen in het nieuwe artikel 8:2a van de Algemene wet bestuursrecht, luidende:

  1. Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 4:126, voorzover de schade is veroorzaakt door een besluit of andere handeling waartegen geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld. 
  2. Het eerste lid geldt niet, indien: a. de schade is veroorzaakt door een handeling ter uitvoering van een besluit waartegen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld; b. dit bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald, of c. een beleidsregel over de vergoeding van de schade is vastgesteld.

Conclusie

Wanneer de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten in werking zal zijn getreden komt er meer duidelijkheid over hoe, waar en wanneer een verzoek om schadevergoeding met betrekking tot overheidshandelen kan worden ingediend. Deskundige juridische bijstand blijft daarbij zeker belangrijk. Bos van der Burg Advocaten heeft bijzondere expertise op het gebied van nadeelcompensatie en staat u graag bij.